ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5043
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitdeling winst bij verkoop onroerende zaak tussen BV en aandeelhouder
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de BV in 2003 aan eiser, haar directeur en enig aandeelhouder, een uitdeling van winst heeft gedaan door de verkoopkosten van een onroerende zaak voor haar rekening te nemen. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat sprake is van een onttrekking bij de BV. De BV had het pand verkocht aan eiser tegen een getaxeerde waarde van €636.000, waarbij de verkoopkosten van €37.425 ten laste van de BV waren gebracht.
Eiser stelde dat er geen sprake was van een uitdeling omdat de BV hem niet wilde bevoordelen en hij zich niet bewust was van een bevoordeling. Ook voerde hij aan dat de waarde van het pand onder druk stond, wat de verkoopprijs beïnvloedde. Verweerder stelde dat de BV en eiser bewust zijn afgeweken van marktconforme voorwaarden en dat eiser zich bewust moest zijn van het voordeel.
De rechtbank oordeelt dat de BV wel degelijk de verkoopkosten ten laste van haar winst heeft gebracht en daarmee een voordeel aan eiser als aandeelhouder heeft toegekend. Dit voordeel was ongebruikelijk en kon eiser niet zijn ontgaan. De stelling van eiser dat waardedruk de verkoopprijs beïnvloedde, is onvoldoende onderbouwd. De glijclausule in de koopakte is niet relevant omdat partijen het eens zijn over de waarde van het pand.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003.