ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5420
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en vrijheidsontnemende maatregel in detentiecentrum
Verzoeker, een Sri Lankaanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen binnen de aanmeldcentrumprocedure. Hij stelde dat nieuwe feiten (nova) waren aangevoerd die heroverweging rechtvaardigden, waaronder gewijzigde verklaringen en nieuw bewijs zoals kopieën van krantenartikelen en medische documenten.
De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde feiten geen nova vormden omdat deze eerder hadden kunnen worden ingebracht. De toepassing van artikel 4:6 Awb Pro, dat vereist dat nieuwe feiten of omstandigheden bij een herhaalde aanvraag worden vermeld, werd niet in strijd geacht met de Europese Procedurerichtlijn. De rechter stelde dat de toegang tot de asielprocedure niet werd geblokkeerd en dat de waarborgen van de richtlijn werden gerespecteerd.
Daarnaast werd het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel, opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000, ongegrond verklaard. De rechtbank vond geen reden om de maatregel op te heffen of schadevergoeding toe te kennen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen omdat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling.
De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de afwijzing van de asielaanvraag en de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel, waarbij de rechtbank tevens benadrukte dat jurisprudentiële ontwikkelingen geen wijziging van het toepasselijke recht betekenen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding wordt afgewezen.