ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5468
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- P.A. Koppen
- D.A. Schreuder
- Rechtspraak.nl
Groepsverbod voor energiemaatschappijen niet onrechtmatig en verenigbaar met EG-Verdrag
Delta vordert dat de Staat wordt veroordeeld wegens onrechtmatig handelen door de inwerkingtreding van het groepsverbod in de Elektriciteitswet en Gaswet, dat volgens haar in strijd is met het EG-Verdrag en het EVRM. Delta stelt dat zij schade lijdt door het verbod en dat de minister onrechtmatig heeft gehandeld door toezeggingen niet na te komen.
De rechtbank oordeelt dat de minister geen juridisch bindende toezegging heeft gedaan en dat het groepsverbod niet onrechtmatig is. Het beroep van Delta op artikel 295 EG Pro-Verdrag faalt omdat het groepsverbod niet onder het privatiseringsverbod valt. De rechtbank stelt dat het groepsverbod een gerechtvaardigde beperking is van het vrije verkeer van kapitaal vanwege het dwingende belang van leveringszekerheid.
Verder oordeelt de rechtbank dat het groepsverbod geen ontneming van eigendom inhoudt, maar een regulering van het gebruik ervan, waarbij een fair balance bestaat tussen algemeen belang en individuele belangen. Delta's stellingen over schade en reorganisatiekosten worden niet gevolgd. De vordering wordt afgewezen en Delta wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Delta af en bevestigt de rechtmatigheid van het groepsverbod.