ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6191
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen inbewaringstelling vreemdeling wegens rechtmatigheid maatregel
Eiser, een Turkse vreemdeling, werd op 11 februari 2009 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht om een voorlopige voorziening om zijn uitzetting te verbieden totdat op zijn bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter verbood de uitzetting echter slechts als ordemaatregel, zonder inhoudelijke beoordeling, waardoor geen rechtmatig verblijf ontstond.
De rechtbank oordeelt dat eiser ten tijde van de inbewaringstelling niet beschikte over een geldig paspoort, wat de grondslag voor de maatregel rechtvaardigt. De wijziging van de grondslag van de maatregel van de a-grond naar de b-grond was onterecht en is teruggedraaid. De vierwekentermijn van bewaring is niet van toepassing omdat de maatregel op de a-grond is gebaseerd.
Eiser voerde aan dat de bewaring onrechtmatig is vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting binnen afzienbare termijn en dat een lichter middel volstaat. De rechtbank stelt echter vast dat verweerder de belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt, mede gelet op het strafrechtelijke verleden van eiser en het risico op ontduiking van uitzetting.
De rechtbank concludeert dat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig is en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.