ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6196
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, verzocht voor de vijfde maal om opheffing van zijn ongewenstverklaring uit 1992, welke steeds werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop sinds het laatste besluit als een nieuw feit (novum) moet worden beschouwd en dat sinds 2000 geen integrale belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro had plaatsgevonden.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet voldeed aan de formele voorwaarden voor opheffing, zoals verblijf buiten Nederland, maar dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met alle relevante criteria van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, zoals de gezinssituatie, het tijdsverloop sinds het misdrijf en de gevolgen voor de echtgenote en het kind.
Verder concludeerde de rechtbank dat het besluit op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd en dat de hoorplicht was geschonden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.