ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6379
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering en gewijzigde omstandigheden
Verzoeker, van Afghaanse nationaliteit, diende op 4 oktober 2008 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 6 november 2008 af, waarna verzoeker beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank beoordeelde dat verweerder zich terecht op artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag kon beroepen vanwege ernstige redenen om aan te nemen dat verzoeker betrokken was bij mensenrechtenschendingen. Echter, verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom verzoekers bekering tot het christendom en de gewijzigde veiligheidssituatie in Afghanistan niet leidden tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bestreden besluit niet deugdelijk had gemotiveerd en ten onrechte de aanvraag had afgewezen onder verwijzing naar een eerder besluit en artikel 4:6, tweede lid, Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.