ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6949
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.S.G. Jongeneel
- D. Biever
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf na strafrechtelijke veroordeling
Eiser, een vreemdeling van Sierraleoonse nationaliteit, werd op 15 mei 2004 geconfronteerd met het verlies van zijn verblijfsvergunning per 1 juni 2004. Hij had sindsdien geen rechtmatig verblijf meer in de zin van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), ondanks dat hij in afwachting was van een beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Deze aanvraag werd gelijktijdig met het besluit tot ongewenstverklaring afgewezen.
De staatssecretaris verklaarde eiser ongewenst op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000, mede vanwege een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen wegens vernieling, mishandeling en bedreiging. Eiser stelde dat hij rechtmatig verbleef en dat de glijdende schaal toegepast had moeten worden, en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze te geven. De rechtbank oordeelde dat het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder g, Vw 2000, niet gelijk staat aan rechtmatig verblijf in de zin van artikel 67, en dat de staatssecretaris bevoegd was tot ongewenstverklaring.
De stelling van misbruik van bevoegdheid door de staatssecretaris faalde omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn aanvraag voor toewijzing in aanmerking kwam. Ook was onvoldoende onderbouwd dat eiser of zijn gemachtigde tijdig op de hoogte had gesteld van het voornemen tot ongewenstverklaring. De rechtbank concludeerde dat het algemene belang van de ongewenstverklaring zwaarder woog dan het persoonlijke belang van eiser en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring is ongegrond verklaard.