ECLI:NL:RBSGR:2009:BH7543
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel na herroeping boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen
De zaak betreft een verzetprocedure van GVC Steigerbouw B.V. tegen een dwangbevel van de Staat der Nederlanden inzake een bestuurlijke boete van €24.000,-- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete was opgelegd op 6 november 2007 en later bij besluit van 2 juli 2008 herroepen.
GVC stelde dat het dwangbevel en de invorderingskosten niet terecht waren omdat het boetebesluit was herroepen en er dus nooit een incassabele boete was geweest. De Staat voerde aan dat de Wav bepaalt dat verzet tegen het dwangbevel niet kan worden gebaseerd op de onrechtmatigheid van de boete zelf en dat het dwangbevel rechtmatig was uitgevaardigd.
De rechtbank oordeelde dat het verzet tegen het dwangbevel ongegrond is, behoudens voor de buitengerechtelijke kosten van €1.000,-- die onvoldoende waren gespecificeerd. De rechtbank benadrukte het 'lik-op-stuk'-beleid van de Wav, waarbij boetes direct kunnen worden geïnd, ook als het besluit nog niet onherroepelijk is. De kosten van invordering zijn voor rekening van de overtreder, tenzij anders bepaald. De kosten van de procedure worden gecompenseerd.
Uitkomst: Verzet tegen dwangbevel ongegrond behalve voor buitengerechtelijke invorderingskosten die niet zijn gespecificeerd.