ECLI:NL:RBSGR:2009:BH7792
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure op grond van subsidiaire bescherming
Verzoeker, afkomstig uit Centraal-Irak, heeft een asielaanvraag ingediend die is afgewezen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Tegen dit besluit is beroep ingesteld, maar verzoeker mag de behandeling van het beroep niet in Nederland afwachten. Daarom verzoekt hij om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de zaak betrekking heeft op de uitleg van artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, waarin sprake is van ernstige schade door willekeurig geweld in een gewapend conflict. Het Hof van Justitie heeft hierover recentelijk prejudiciële vragen beantwoord, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft nog geen uitspraak gedaan over de betekenis daarvan voor de onderhavige zaak.
Gezien de complexiteit van de juridische vraag en de korte termijn van de procedure, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopig oordeel te geven over de reikwijdte van artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn ten opzichte van artikel 3 EVRM Pro. Wel weegt de rechter het belang van verzoeker zwaar, omdat uitzetting onomkeerbare gevolgen kan hebben terwijl de bodemprocedure nog loopt.
De voorzieningenrechter besluit daarom het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat het beroep is beslist. Tevens veroordeelt de rechter de Staat tot betaling van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de uitzetting van verzoeker tot het beroep is beslist en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten.