ECLI:NL:RBSGR:2009:BH8191
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening in asielzaak over Dublin-verordening en termijnoverschrijding
Verzoekster, een minderjarige Eritrese asielzoeker, diende op 27 december 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De IND wees de aanvraag af omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening (Vo 343/2003). Verzoekster stelde dat de termijn van drie maanden voor het indienen van een overnameverzoek was overschreden, waardoor Nederland verantwoordelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding niet aan de IND kon worden tegengeworpen omdat de instemmingsverklaring van verzoekster en haar tante pas later werd ondertekend, waardoor het overnameverzoek pas op 15 augustus 2008 kon worden ingediend. De Italiaanse autoriteiten accepteerden het verzoek op 8 september 2008. De stelling dat het e-mailbericht geen overnameverzoek was, werd verworpen.
Verzoekster voerde aan dat de Italiaanse asielprocedure gebrekkig zou zijn en dat overdracht in strijd was met het EVRM en de Dublin-verordening. De rechtbank stelde dat algemene informatie onvoldoende was om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken en dat verzoekster geen concrete feiten had aangevoerd die een andere beoordeling rechtvaardigden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep geen redelijke kans van slagen had en wees zowel het verzoek om voorlopige voorziening als het beroep af. Er werd geen aanleiding gezien om een partij in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; Nederland is niet verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek.