ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0292
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding kosten raadsvrouw in ontnemingsprocedure afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten van zijn raadsvrouw in verband met een ontnemingsvordering. De rechtbank nam kennis van het strafdossier en constateerde dat verzoeker bij vonnis veroordeeld was voor medeplegen van het vervoeren van hennep, maar vrijgesproken van het telen en verwerken van hennep. De ontnemingsvordering was gebaseerd op vermeend voordeel uit het telen van hennep, feiten waarvoor verzoeker was vrijgesproken.
De rechtbank oordeelde dat op grond van het arrest Geerings van het EHRM ontneming van voordeel uit vrijgesproken feiten in strijd is met artikel 6 lid 2 EVRM Pro. Tevens bleek niet dat verzoeker zelf de declaratie van zijn raadsvrouw had voldaan, zodat niet kon worden vastgesteld dat verzoeker als gewezen verdachte schade had geleden.
Hoewel de raadsvrouw stelde dat verzoeker gelijkgesteld kon worden met een vennootschap die de declaratie ontving, vond de rechtbank dit onvoldoende. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van de kosten van zijn raadsvrouw in de ontnemingsprocedure.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van kosten van zijn raadsvrouw.