ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1438
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak met beroep op binnenlands gewapend conflict in Centraal-Irak
Verzoeker, een Koerd uit Mosul, heeft op 12 december 2008 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na afwijzing van deze aanvraag door verweerder is beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. Verweerder stelde dat het beroep op artikel 15, onder c, van de Definitierichtlijn niet slaagt omdat reeds aan artikel 29, eerste lid onder b, Vreemdelingenwet is getoetst en dat artikel 15, onder c, geen ruimere bescherming biedt.
Tijdens de zitting nuanceerde verweerder dit standpunt in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van 17 februari 2009, waarbij artikel 15, onder c, juist in Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Verzoeker stelde dat het asielrelaas geloofwaardig is en dat de situatie in Centraal-Irak een binnenlands gewapend conflict betreft, waardoor hij aanspraak maakt op bescherming op grond van artikel 15, onder c.
De voorzieningenrechter constateerde dat het bestreden besluit geen standpunt bevat over het binnenlands gewapend conflict in Centraal-Irak en de mogelijke uitzonderlijke situatie. Gezien het ontbreken van een concreet en overzichtelijk standpunt van verweerder hierover en de aanstaande ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken, kan hierover in de beroepsprocedure worden geoordeeld.
Daarom weegt de voorzieningenrechter het belang van verzoeker, wiens uitzetting onomkeerbare gevolgen kan hebben, zwaarder dan het belang van verweerder bij uitzetting. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen, de uitzetting wordt verboden en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het beroep is beslist.