ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1443
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens niet aannemelijke identiteit en nationaliteit
Verzoeker diende op 15 oktober 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel 'buiten schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken'. Deze aanvraag werd geweigerd omdat verzoeker een afwijzende beschikking op zijn asielaanvraag had ontvangen op grond van artikel 31, tweede lid, onder f, Vreemdelingenwet, wegens het ontbreken van documenten die zijn identiteit en nationaliteit onderbouwen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan de voorwaarden voor verlening van de vergunning voldoet, met name zijn identiteit en nationaliteit. Bemiddeling bij het verkrijgen van reisdocumenten door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) had niet het gewenste resultaat. Ook het rapport van een taalanalyse van 7 januari 2009 ondersteunde het standpunt dat verzoeker zijn gestelde Liberiaanse nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt.
Verzoekers stellingen dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld en onvoldoende heeft bemiddeld, werden verworpen. Daarnaast werd geoordeeld dat verweerder geen belangenafweging hoefde te maken omtrent openbare orde zolang niet aan de voorwaarden voor vergunningverlening was voldaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.