ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1727
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onaanvaardbare gezinssituatie en onvoldoende belang
Eiser is op 30 maart 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf, het niet beschikken over identiteitsdocumenten, het niet naleven van vertrektermijn en het vermoeden van het plegen van een misdrijf. De rechtbank erkent dat deze gronden de maatregel kunnen dragen, maar constateert dat specifieke omstandigheden, zoals de zorg voor het gezin en de ernstige psychische toestand van de echtgenote, aanleiding geven tot het oordeel dat een lichtere maatregel passend is.
De echtgenote van eiser is langdurig behandeld voor PTSS en opgenomen in een psychiatrische instelling, terwijl de zorg voor minderjarige kinderen nu bij de oudste dochter ligt. Eiser had tot zijn inbewaringstelling een wekelijkse meldplicht en er is geen bewijs dat hij deze heeft geschonden. Het enkele feit dat eiser heeft verklaard Nederland niet vrijwillig te zullen verlaten, weegt niet op tegen de bijzondere gezinssituatie.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring onrechtmatig is vanaf het begin en beveelt onmiddellijke opheffing. Tevens kent zij een schadevergoeding toe van €770,00 voor de periode van 30 maart tot 7 april 2009 en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten van €644,00. De opheffing van de bewaring ontslaat eiser niet van zijn verplichting om Nederland te verlaten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en eiser ontvangt een schadevergoeding van €770,00.