ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1801
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Meskers
- Van Dorp
- Van Seventer
- Rechtspraak.nl
Beschikking over schriftelijke versus mondelinge getuigenverhoren in strafzaak
In deze strafzaak heeft de rechter-commissaris besloten om getuigen schriftelijk te bevragen voorafgaand aan een mogelijk mondeling verhoor, wat door de verdediging werd bestreden met een bezwaarschrift. De rechtbank heeft dit bezwaarschrift behandeld en geoordeeld dat de voorgenomen schriftelijke bevraging niet voldoet aan de wettelijke definitie van het horen van getuigen zoals bedoeld in artikel 210 Sv Pro.
De rechtbank benadrukt dat het verhoor van getuigen mondeling moet plaatsvinden om de waarheidsvinding te bevorderen, omdat bij een mondeling verhoor direct kan worden doorgevraagd en non-verbale communicatie kan worden waargenomen. Een schriftelijke bevraging voorafgaand aan een mondeling verhoor kan de onbevangenheid van de getuige verminderen en daarmee de waarde van het mondelinge verhoor aantasten.
De rechtbank concludeert dat het standpunt van de rechter-commissaris neerkomt op een weigering om getuigen te horen in de zin van artikel 208 Sv Pro, en verklaart het bezwaarschrift gegrond. De rechter-commissaris wordt opgedragen de getuigen mondeling te horen conform de wettelijke voorschriften.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de getuigen dienen mondeling te worden gehoord zonder voorafgaande schriftelijke bevraging.