ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1921
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.C. Punt
- P.A. Koppen
- A.C. Olland
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek vaststelling Nederlanderschap minderjarige meegenaturaliseerd met moeder
Verzoeker, geboren in 1979 te Kiev, vroeg de rechtbank vast te stellen dat hij het Nederlanderschap bezit. Zijn moeder verkreeg in 1997 via een koninklijk besluit de Nederlandse nationaliteit, waarbij geen voorbehoud werd gemaakt ten aanzien van minderjarige kinderen. De Staat voerde aan dat verzoeker ten tijde van de naturalisatie feitelijk geen deel meer uitmaakte van het gezin en dat een voorbehoud wenselijk was geweest.
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid tussen een gewoon koninklijk besluit en een buitenland-KB niet op de wet is gegrond en dat het koninklijk besluit geen voorbehoud bevatte zoals bedoeld in artikel 11 lid 1 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. Hierdoor moet worden aangenomen dat verzoeker met zijn moeder is meegenaturaliseerd, ongeacht zijn verblijfplaats op dat moment.
De rechtbank wees het verzoek toe en stelde vast dat verzoeker sinds 18 september 1997 de Nederlandse nationaliteit bezit. De omstandigheid dat de Staat later tot een andere conclusie kwam, kan niet leiden tot het achteraf aanbrengen van een voorbehoud in het besluit.
Uitkomst: Verzoeker is sinds 18 september 1997 in het bezit van de Nederlandse nationaliteit.