ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1994
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Nederlandse rechter bij verzoek vervangende toestemming reisdocument minderjarigen
De vrouw, woonachtig in Nederland en moeder van twee minderjarige kinderen met de Nederlandse en Somalische nationaliteit, verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van reisdocumenten voor haar kinderen. Dit verzoek kwam voort uit het feit dat de verblijfplaats van de vader onbekend was, waardoor zijn toestemming niet kon worden verkregen.
De rechtbank onderzocht haar bevoegdheid op grond van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en erkenning van beslissingen inzake ouderlijke verantwoordelijkheid. Gelet op het feit dat de kinderen hun gewone verblijfplaats hadden in Duitsland, wees artikel 8 lid 1 van Pro de Verordening de Duitse rechter aan als bevoegd. Er waren geen uitzonderingen van toepassing zoals behoud van bevoegdheid of kinderontvoering.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek binnen het toepassingsgebied van de Verordening valt en dat de Nederlandse rechter daarom onbevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. De rechtbank wees het verzoek af wegens onbevoegdheid en verwees impliciet naar de bevoegde Duitse rechter.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot vervangende toestemming voor het verkrijgen van reisdocumenten voor minderjarige kinderen.