ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2003
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Egypte
Eiser is op 28 juni 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van deze maatregel. Het geschil betreft de vraag of er een reëel zicht op uitzetting naar Egypte bestaat, mede gezien het aantal verstrekte laissez passers (lp’s) door de Egyptische autoriteiten in 2007 en 2008.
Verweerder heeft cijfers overgelegd waaruit blijkt dat er lp-aanvragen en toezeggingen zijn gedaan, waaronder enkele aan ongedocumenteerde vreemdelingen. Eiser betwist dat er zicht op uitzetting is, vooral voor ongedocumenteerden, en stelt dat verweerder onvoldoende informatie heeft verstrekt om dit te verifiëren.
De rechtbank overweegt dat hoewel het aantal lp’s beperkt is, er geen bewijs is dat de Egyptische autoriteiten weigeren lp’s te verstrekken. Ook is niet gebleken dat eiser niet over de benodigde documenten beschikt of deze niet kan verkrijgen. Tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser over familiecontacten en het ontbreken van actie om documenten te verkrijgen, wegen mee.
De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig is en niet in strijd met de wet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.