ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2065
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning studie wegens maximale verblijfsduur
Eiser, een Nepalese student, vroeg om wijziging van zijn verblijfsvergunning om zijn studie IBMS aan een HBO-instelling in Amsterdam te kunnen voortzetten. Verweerder wees het verzoek af omdat eiser de maximale verblijfsduur van zes jaar voor studie zou overschrijden. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat eiser ten onrechte niet was gehoord in bezwaar.
De rechtbank stelde vast dat uit een verklaring van de Hogeschool van Amsterdam bleek dat eiser zijn studie binnen de maximale verblijfsduur kan afronden. Verweerder mocht deze verklaring niet buiten beschouwing laten, ook al was deze pas in beroep overgelegd. Het bestreden besluit was daardoor onvoldoende gemotiveerd en onjuist.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep had beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten werden aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.