ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2529
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige wetgeving varkensrechten en verpachting stallen
De eiser, een varkenshouder, heeft twee varkensbedrijven gekocht en deze verpacht aan akkerbouwers die beschikten over grondgebonden mestproductierechten. Na de invoering van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) en het Besluit hardheidsgevallen (Bhv) konden deze akkerbouwers geen varkensrechten verkrijgen, waardoor zij stopten met het houden van varkens in de verpachte stallen. De eiser stelt dat hierdoor zijn eigendomsrecht is aangetast en vordert vergoeding van de schade en niet-toepassing van de wet zolang de schade niet is vergoed.
De Staat voert aan dat de eiser zelf nooit over mestproductierechten beschikte en dat het verlies van pachters geen regulering of ontneming van eigendom inhoudt. De rechtbank volgt dit standpunt en oordeelt dat de Whv geen onrechtmatige inbreuk maakt op het eigendomsrecht van de eiser. De wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid en de regeling is proportioneel en gericht op het algemeen belang.
De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt de eiser in de proceskosten. De schade die de eiser lijdt door de gewijzigde regelgeving en de gevolgen daarvan voor de verpachting van zijn stallen, vormt geen grond voor een onrechtmatige daad van de Staat of een onrechtmatige inbreuk op eigendomsrechten volgens artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt de eiser in de proceskosten.