ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2592
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens schijnrelatie ondanks strafrechtelijke vrijspraak
Eiser had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van een relatie met een in Nederland gevestigde hoofdpersoon. Na een politieonderzoek waarbij bijzondere opsporingsbevoegdheden werden ingezet, concludeerde verweerder dat sprake was van een schijnrelatie. Dit leidde tot intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot 2001.
Eiser werd strafrechtelijk veroordeeld wegens valsheid in geschrifte, maar stelde beroep in en werd in hoger beroep vrijgesproken. Hij voerde aan dat de bestuursrechter aan deze vrijspraak gebonden was en dat het besluit tot intrekking daarom vernietigd moest worden.
De rechtbank oordeelt dat de bestuursrechter niet gebonden is aan het strafrechtelijk oordeel omdat het bestuursrechtelijke en strafrechtelijke traject verschillende rechtsvragen en procesrechten kennen. Het besluit tot intrekking is gebaseerd op een uitgebreid onderzoek met verklaringen van de vermeende partner en getuigen, die de schijnrelatie aannemelijk maken. De door eiser overgelegde getuigenverklaringen worden als onvoldoende geloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de intrekking van de verblijfsvergunning, waarbij geen proceskosten worden toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning wegens schijnrelatie.