ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2772
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel na herhaalde aanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende meerdere aanvragen in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke telkens werden afgewezen. Na eerdere afwijzingen en rechtszaken, waaronder een terugverwijzing door de Afdeling bestuursrechtspraak, werd op 19 maart 2009 opnieuw een aanvraag ingediend en afgewezen.
Verzoeker stelde dat nieuwe feiten en veranderde omstandigheden aan de orde waren, waaronder informatie over zijn broer die in Irak werd gemarteld en dat zijn naam op televisie was voorgelezen. Tevens werd een beroep gedaan op artikel 15, onder c, van de Definitierichtlijn, gesteund op een arrest van het Hof van Justitie.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de aangevoerde feiten niet objectief verifieerbaar waren en dus niet als nieuw konden worden beschouwd. Daarnaast was het beroep op de Definitierichtlijn niet nieuw recht, aangezien dit al bestond ten tijde van het eerdere besluit in 2007 en verzoeker toen geen beroep had gedaan. Daarom kon de aanvraag terecht worden afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep op de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.