ECLI:NL:RBSGR:2009:BI3732
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens nieuwe feiten over ICTY-uitspraak Oric
Eiser, een Bosnische nationaliteit bezittende asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door verweerder werd afgewezen met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder baseerde de afwijzing mede op artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, waarbij eiser werd verweten betrokken te zijn geweest bij misdrijven door zijn vermeende facilitering van acties van Naser Oric.
Eiser voerde in beroep aan dat de uitspraak van het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY) in de zaak tegen Oric nieuwe feiten bevat die de eerdere veronderstellingen van verweerder ondermijnen. De rechtbank oordeelde dat hoewel rechtspraak op zichzelf geen nieuw feit is, het uitvoerige feitenonderzoek van het ICTY dat in de uitspraak is weergegeven wel als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden kan worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat het ICTY-vonnis aantoont dat Oric geen effectieve controle had over de strijdgroepen en dat er geen sprake was van gestructureerde coördinatie, waardoor de eerdere veronderstellingen over eisers betrokkenheid en facilitering niet langer houdbaar zijn. Dit maakt het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en strijdig met artikel 3:46 Awb Pro, zodat het beroep gegrond is en het besluit wordt vernietigd.
Daarnaast werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor eiser niet mag worden uitgezet totdat een nieuw besluit is genomen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van € 644,-. Het vonnis werd uitgesproken door de rechtbank 's-Gravenhage op 11 mei 2009.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens nieuwe feiten uit het ICTY-onderzoek.