ECLI:NL:RBSGR:2009:BI3937
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M. Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Ontbindingsvergoeding opeisbaar ondanks voorwaardelijk ontslag op staande voet
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en werkgever over de opeisbaarheid van een ontbindingsvergoeding. De werknemer werd op staande voet ontslagen na onenigheid op de werkvloer, waarna de kantonrechter de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbond en een vergoeding van €31.000 bruto toekende.
De werkgever betoogde dat de vergoeding nog niet opeisbaar was omdat het ontslag op staande voet nog in een bodemprocedure moest worden beoordeeld. De werknemer had echter al loon ontvangen over de periode van het ontslag tot de ontbinding en legde executoriaal beslag vanwege niet-betaling van de vergoeding.
De voorzieningenrechter overwoog dat vonnissen en beschikkingen in beginsel direct werken en dat de ontbindingsvergoeding vanaf de datum van ontbinding (1 juli 2007) opeisbaar is, conform een arrest van de Hoge Raad uit 1997. Het feit dat de ontbinding voorwaardelijk was, staat niet aan incasso in de weg.
De rechtbank wees het verzoek van de werkgever om executie te staken af en veroordeelde haar in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat een voorwaardelijke ontbinding met vergoeding direct opeisbaar is, ook als het ontslag op staande voet nog wordt aangevochten.
Uitkomst: Het verzoek van de werkgever tot staken van executie van de ontbindingsvergoeding wordt afgewezen; de vergoeding is vanaf 1 juli 2007 opeisbaar.