ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4077
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen hogere waardering bedrijfspand bij ontbinding firma
Eiser en mevrouw C exploiteerden samen een horecabedrijf in firmaverband, dat in 2002 werd ontbonden. Bij de ontbinding werd het bedrijfspand aan eiser toegedeeld tegen een lagere boekwaarde dan de economische waarde. Verweerder stelde de waarde van het pand hoger vast op basis van een ambtelijke taxatie en de overeengekomen huurprijs.
Eiser voerde aan dat de lagere waarde verklaard kon worden doordat investeringen en verbeteringen aan het pand aan de andere firmant waren toegedeeld en dat er geen goodwill aanwezig was. Verweerder betoogde dat zakelijke partijen bij scheiding en deling een bedrag voor goodwill hadden moeten meenemen en dat de hogere waarde van het pand aannemelijk was door de huurprijs en latere verkoopprijzen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde van het bedrijfspand hoger was dan door eiser opgegeven en dat de stakingswinst dienovereenkomstig moest worden gecorrigeerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de hogere waardering van het bedrijfspand en de daarmee samenhangende hogere stakingswinst wordt ongegrond verklaard.