ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4377
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vreemdelingenbewaring na zes maanden ondanks onvolledige belangenafweging
Eiser is op 10 september 2008 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een eerdere uitspraak waarbij het beroep tegen de bewaring ongegrond werd verklaard, stelde eiser beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel na zes maanden detentie. Eiser betoogde dat in de voortgangsrapportage geen geldige belangen waren vermeld die de voortzetting rechtvaardigen, en dat hij niet het onderzoek zou frustreren.
Verweerder stelde dat de aanvraag voor een laissez-passer (lp) bij de Nigerese autoriteiten nog in onderzoek was en dat er zicht op uitzetting bestond. Tevens werd toegelicht dat eiser het onderzoek actief en passief frustreert door niet mee te werken, geen documenten te verstrekken en contact met familie te weigeren. Hoewel niet alle belangen in de rapportage waren opgenomen, was dit volgens verweerder een onzorgvuldigheid die niet leidde tot onrechtmatigheid.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van volledige belangenvermelding in de rapportage niet onrechtmatig is en dat het feit dat eiser niet meewerkt aan het onderzoek een zwaarwegend belang is dat meegewogen mag worden. De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging tot op heden redelijkerwijs in het voordeel van verweerder kon uitvallen en dat de voortzetting van de bewaring gerechtvaardigd is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.