ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4830
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Timmermans
- Smid - Verhage
- Goudswaard
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij mensenhandel
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 29 april 2009 uitspraak gedaan in de zaak tegen de veroordeelde die werd verdacht van medeplegen van mensenhandel door het prostitueren van twee vrouwen gedurende enige tijd.
Een strafrechtelijk financieel onderzoek leidde tot de conclusie dat het wederrechtelijk verkregen voordeel €109.600 bedroeg, waarvan de rechtbank €108.000 vaststelde als het bedrag waarop de veroordeelde verplicht wordt tot betaling aan de Staat. De berekening van het voordeel is gebaseerd op verklaringen van de aangeefsters over het aantal klanten, de duur van het werk en de inkomsten per klant, minus kosten voor werkbenodigdheden en andere uitgaven.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen niet betrouwbaar waren en dat de draagkracht van de veroordeelde onvoldoende is om tot betaling te verplichten. De rechtbank verwierp dit verweer en overwoog dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel niet wordt verhinderd door gebrek aan draagkracht of door verbruik van het voordeel.
De rechtbank legde de verplichting tot betaling van €108.000 aan de Staat op en wees erop dat de veroordeelde in de toekomst een verzoek tot herziening kan indienen indien blijkt dat terugbetaling onmogelijk is. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €108.000 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.