ECLI:NL:RBSGR:2009:BI5626
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in verband met mvv-vereiste en artikel 8 EVRM
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn echtgenote te verblijven. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat verzoeker niet beschikte over een geldige machtiging voor voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
Verweerder verzette zich niet tegen de toewijzing van het verzoek, omdat zorgvuldigheid vereist dat verzoeker wordt gehoord over het familieleven dat hij met zijn echtgenote voert, in het kader van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Verweerder erkende dat het bestreden besluit niet zonder meer in stand kan blijven en dat het mvv-vereiste niet wordt tegengeworpen indien uitzetting in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker geen rechtens te honoreren vertrouwen kan ontlenen aan toezeggingen dat uitzetting achterwege blijft, maar dat het belang van verzoeker om de beslissing op bezwaar af te wachten zwaarder weegt dan het belang van verweerder om tot uitzetting over te gaan. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.
Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoeker totdat op het bezwaar is beslist en veroordeelt verweerder in de proceskosten.