ECLI:NL:RBSGR:2009:BI5932
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens te lange voorlopige hechtenis ondanks opgelegde straf
Eiser werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden voor meerdere strafbare feiten, nadat hij 532 dagen in voorlopige hechtenis had doorgebracht. Hij vorderde schadevergoeding van de Staat omdat de voorlopige hechtenis 305 dagen langer duurde dan de opgelegde straf.
De rechtbank overwoog dat het feit dat de voorlopige hechtenis langer duurde dan de straf op zichzelf niet leidt tot onrechtmatigheid. De wet biedt mogelijkheden om voorlopige hechtenis te laten toetsen en op te heffen, maar eiser had deze rechtsmiddelen onvoldoende benut. De civiele rechter toetst niet de beslissingen van de strafrechter tenzij fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden en onherstelbare gevolgen zijn ontstaan, wat hier niet het geval was.
Ook het beroep op schending van artikel 5 lid 3 EVRM Pro faalde omdat dit argument in het strafproces naar voren had kunnen worden gebracht. De rechtbank concludeerde dat de Staat niet onrechtmatig had gehandeld en wees de vordering af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens te lange voorlopige hechtenis wordt afgewezen.