ECLI:NL:RBSGR:2009:BI6024
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst en wanprestatie bij tewerkstelling gedetineerden door de Staat
De Staat vorderde betaling van eiser voor werkzaamheden verricht door twee gedetineerden die bij eiser waren tewerkgesteld in het kader van reïntegratie. Eiser betaalde de facturen niet en verweerde zich met een onbevoegdheidsverweer, een beroep op opschorting en verrekening wegens vermeende wanprestatie van de Staat.
De rechtbank oordeelde dat het opschortingsrecht niet toereikend was omdat eiser onvoldoende had toegelicht welke reden hij had om betaling op te schorten en wat hij van de Staat verlangde. Het beroep op verrekening werd verworpen omdat de wanprestatie onvoldoende was onderbouwd en de vordering van de Staat voldoende vaststond.
Het verstekvonnis van de rechtbank Alkmaar, waarin eiser werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en rente, werd bekrachtigd. Eiser werd tevens veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure. De rechtbank wees de vordering van buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt eiser tot betaling van de vordering van de Staat en in de proceskosten, en wijst het verzet af.