ECLI:NL:RBSGR:2009:BI6267
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verbod overlevering aan Italië wegens vermeende schendingen en humanitaire gronden
Eiser wordt door Italië verdacht van betrokkenheid bij cocaïne-invoer en -verkoop en is op grond van een Europees aanhoudingsbevel aangehouden. Hij vordert in kort geding dat zijn overlevering wordt verboden of slechts onder garanties wordt toegestaan, vanwege vermeende schendingen van de Overleveringswet, het EVRM, onrechtmatig bewijs, schending van Nederlandse soevereiniteit en zijn gezondheidstoestand.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eerdere verweren reeds door de rechtbank Amsterdam zijn verworpen en dat nieuwe gronden, zoals onrechtmatig bewijs en soevereiniteitschending, onvoldoende aannemelijk zijn om de overlevering te verbieden. De rechter benadrukt dat de beoordeling van bewijsrechtmatigheid aan de Italiaanse rechter toekomt en dat de Nederlandse soevereiniteit niet aantoonbaar is geschonden.
Ook de gezondheidsklachten van eiser zijn onvoldoende onderbouwd om overlevering op humanitaire gronden te weigeren. De subsidiaire vordering tot het stellen van garanties wordt afgewezen omdat de Italiaanse autoriteiten geacht worden adequate medische zorg te bieden.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De overlevering blijft toegestaan en het kort geding wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot verbod op overlevering aan Italië wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.