ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8242
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Beroep advocaat tegen herleven definitieve toevoeging rechtsbijstand echtscheiding
Een advocaat maakte bezwaar tegen het herleven van een definitieve toevoeging van rechtsbijstand verleend aan haar cliënte in een echtscheidingsprocedure met nevenvorderingen. De advocaat had in de eerste toevoeging gedeclareerd zonder de waarde van de echtelijke woning te vermelden, die volgens haar bij de tweede toevoeging verrekend zou moeten worden. De Raad voor Rechtsbijstand had geen harde gegevens om de situatie van artikel 31, tweede lid, van de oude Wet op de rechtsbijstand vast te stellen.
De rechtbank oordeelde dat er geen noodzaak was voor de advocaat om de declaratie op het tijdstip van indiening af te rekenen en dat de keuze en juridische gevolgen daarvan voor haar risico waren. Noch de cliënte noch de advocaat hadden bezwaar gemaakt tegen de aanvankelijke definitieve toevoeging, waardoor deze rechtens onaantastbaar was geworden. Dit rechtens onaantastbare karakter was met de gegrondverklaring van het bezwaar herleefd.
De derde-belanghebbende gaf aan onvoldoende geïnformeerd te zijn over de rechtsbijstand en dat de advocaat verantwoordelijk was voor de juiste aanvraag. De rechtbank stelde vast dat de Raad voor Rechtsbijstand het advies van de Commissie voor Bezwaar had gevolgd en het besluit tot intrekking van de toevoeging had herroepen, waardoor de toevoeging herleefde.
De rechtbank concludeerde dat de advocaat geen argumenten had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de advocaat tegen het herleven van de definitieve toevoeging is ongegrond verklaard.