ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8562
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitzetting wegens onvoldoende medisch onderzoek en schending hoorplicht
Verzoeker diende een aanvraag in op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 om uitzetting te voorkomen vanwege zijn medische situatie. Verweerder wees dit af op basis van adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA). Verzoeker stelde dat het BMA-advies onvolledig en onvoldoende inzichtelijk was, omdat geen informatie was ingewonnen bij zijn behandelend oogartsen en onvoldoende rekening was gehouden met de noodzaak van een hersteloperatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er concrete aanknopingspunten bestonden voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het BMA-advies, mede omdat niet duidelijk was hoe het advies tot stand was gekomen en of de medische situatie adequaat was beoordeeld. Tevens was de hoorplicht geschonden doordat verzoeker niet in de besluitvormingsfase op het aanvullende BMA-onderzoek kon reageren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Daarnaast werd een voorlopige voorziening getroffen die uitzetting verbiedt totdat het nieuwe besluit is genomen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot uitzetting wordt vernietigd en uitzetting wordt verboden totdat een nieuw besluit is genomen.