ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8706
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs herkomst
Eiser verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn vrees voor represailles vanwege zijn huwelijk met een vrouw uit een andere clan. Verweerder stelde dat eiser onvolledige en onjuiste informatie had verstrekt over zijn woonomgeving en stamlijn, wat eiser niet betwistte. Een taalanalyse toonde bovendien aan dat eiser niet duidelijk tot de spraak- en cultuurgemeenschap van Zuid-Somalië behoort.
Eiser liet geen contra-expertise uitvoeren en kon zijn herkomst niet aannemelijk maken, waardoor het asielrelaas ongeloofwaardig werd bevonden. De rechtbank volgde verweerder in het oordeel dat eiser niet voldeed aan de criteria voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Daarnaast kon eiser geen beroep doen op de subsidiaire bescherming volgens artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij afkomstig was uit een gebied met een gewapend conflict. De rechtbank oordeelde dat het aan eiser was om dit aannemelijk te maken, hetgeen niet was gebeurd.
Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van een geloofwaardig asielrelaas en voldoende bewijs om in aanmerking te komen voor asiel of subsidiaire bescherming.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs herkomst.