ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8716
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens nieuwe bekering tot baptistengemeente
Eiser diende op 20 juni 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door verweerder op 30 juni 2008 werd afgewezen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank toetste het besluit en constateerde dat eiser op 29 mei 2005 tot de baptistengemeente was bekeerd, wat een nieuw feit is ten opzichte van het eerdere besluit van 31 januari 2003.
De rechtbank overwoog dat de bekering tot de baptistengemeente en het daarmee verbonden evangeliseren ernstige beperkingen opleveren in het land van herkomst, Iran, waar evangeliseren verboden is en het belijden van het geloof geheim moet worden gehouden om strafbaarheid te voorkomen. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd dat deze nieuwe feiten geen invloed konden hebben op het eerdere besluit.
De rechtbank stelde vast dat de positie van christenen in Iran is verslechterd en dat de bekering van eiser hem in negatieve aandacht kan brengen van de autoriteiten. Het standpunt van verweerder dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vervolging vreest, werd verworpen wegens gebrek aan deugdelijke motivering.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de nieuwe bekering van eiser.