ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8769
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning op grond van humanitaire redenen
Eisers, een gezin met twee minderjarige kinderen geboren in Nederland, verzochten om een verblijfsvergunning op grond van humanitaire redenen via een zogenoemde 14/1-brief. De staatssecretaris wees deze aanvragen af, stellende dat geen sprake was van voldoende klemmende redenen en dat eisers niet hadden meegewerkt aan terugkeer. Eisers voerden onder meer aan dat de medische problemen ernstig waren, dat de kinderen als aparte zwaarwegende factoren moesten worden meegewogen, en dat zij niet naar hun landen van herkomst konden terugkeren.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de medische omstandigheden niet ernstig zouden zijn en waarom het niet meewerken aan terugkeer zwaarder zou wegen dan de humanitaire omstandigheden. Tevens is onvoldoende ingegaan op het feit dat meerdere in Nederland geboren kinderen extra gewicht verdienen en op het beroep op het gelijkheidsbeginsel. De brief van 21 februari 2007 met beleidscriteria is niet correct toegepast, met name ten aanzien van de weging van rechtmatig verblijf en medische problemen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig op het beroep heeft beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten worden aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van verblijfsvergunningen wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.