ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8779
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stellen aanvraag verblijfsvergunning wegens niet overleggen benodigde documenten
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door verweerder buiten behandeling is gesteld omdat eiser de aanvraag niet persoonlijk had ingediend en geen geldig grensoverschrijdingsdocument had overgelegd. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het niet persoonlijk indienen geen grond is voor buiten behandeling stellen, en dat de brief waarin hij werd uitgenodigd niet duidelijk maakte dat niet verschijnen tot buiten behandeling zou leiden.
De rechtbank overweegt dat het niet persoonlijk indienen van de aanvraag geen geldige grond is voor buiten behandeling stellen, conform een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Verweerder heeft echter na bezwaar een nieuwe grond toegevoegd, namelijk het niet overleggen van de benodigde gegevens en bescheiden. De rechtbank oordeelt dat dit aanvullen van gronden is toegestaan, maar dat verweerder eiser voorafgaand aan het bestreden besluit niet de gelegenheid heeft gegeven zijn standpunt hierover kenbaar te maken.
Desondanks oordeelt de rechtbank dat eiser in de beroepsfase voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn standpunt naar voren te brengen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het Vreemdelingenbesluit 2000 en de Awb, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat verweerder terecht het primaire besluit handhaaft op grond van het niet overleggen van de benodigde documenten. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van €644,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.