ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8796
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting vreemdeling leidt tot opheffing bewaring en schadevergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van zijn bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft reeds eerder geoordeeld over de rechtmatigheid van de bewaring als zodanig, zodat nu alleen de voortzetting van de maatregel aan de orde is.
Verweerder heeft naast het reguliere lp-traject op 29 december 2008 een alternatief traject ingezet op basis van een terugkeer- en overnameovereenkomst met de Russische Federatie. De rechtbank oordeelt dat verweerder vanaf dat moment ook in dit alternatieve traject voortvarend had moeten handelen, hetgeen niet is gebeurd. Zo vonden de eerste en tweede gesprekken met eiser pas op respectievelijk 12 en 27 januari 2009 plaats, terwijl deze eerder hadden moeten plaatsvinden. Ook werd het claimverzoek pas op 5 februari 2009 ingediend.
De rechtbank acht de bewaring vanaf 29 december 2008 onrechtmatig vanwege het gebrek aan voortvarendheid en beveelt onmiddellijke opheffing van de vrijheidsontneming. Daarnaast kent zij eiser een schadevergoeding toe van € 4.080,- voor de 51 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens worden de proceskosten van € 322,- aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid en eiser ontvangt een schadevergoeding van € 4.080,-.