ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8799
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Centraal-Irak wegens onrechtmatigheid
Verzoeker, afkomstig uit Noord-Irak, maakte bezwaar tegen zijn geplande uitzetting naar Bagdad in Centraal-Irak. Hij stelde dat het onrechtmatig was omdat niet gegarandeerd kon worden dat hij aldaar zou worden toegelaten en veilig naar Noord-Irak kon reizen. Verweerder stelde dat uitzettingen naar Bagdad standaard zijn sinds het afschaffen van het beschermingsbeleid voor Centraal-Irak en dat eerdere uitzettingen zonder problemen verliepen.
De voorzieningenrechter benadrukte dat uitzetting bestuursdwang is die zorgvuldig moet worden uitgevoerd en dat de minst bezwarende wijze moet worden gekozen. Gezien de onzekere veiligheidssituatie in Irak en de risico's van reizen van Bagdad naar Noord-Irak, achtte de rechter het onrechtmatig dat verweerder niet had vastgesteld of verzoeker binnen een aanvaardbare termijn en veilig kon doorreizen.
De rechter wees het verzoek om voorlopige voorziening toe, verbood de uitzetting naar Centraal-Irak tot vier weken na de beslissing op het bezwaar, en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Tevens werd het griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: De uitzetting naar Centraal-Irak is onrechtmatig en wordt verboden tot vier weken na de beslissing op het bezwaar.