ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8833
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd EG-langdurig ingezetene wegens procedureel rechtmatig verblijf
Eiser, een Tunesische nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening “EG-langdurig ingezetene”. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser in twee periodes slechts procedureel rechtmatig verblijf had, wat volgens verweerder gelijk stond aan een formeel beperkte verblijfsvergunning zoals bedoeld in de Richtlijn 2003/109/EG.
De rechtbank oordeelt dat procedureel rechtmatig verblijf niet hetzelfde is als een formeel beperkte verblijfsvergunning, omdat eiser in die periodes geen verblijfsvergunning had. De beleidsregel in paragraaf B1/7.1.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000, die dit gelijkstelt, is in strijd met de Richtlijn en onverbindend.
Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat procedureel rechtmatig verblijf naar zijn aard tijdelijk is en daarom niet meetelt voor de berekening van het verblijf van vijf jaar vereist voor de status van langdurig ingezetene.
Eiser voerde ook aan dat de hoorplicht was geschonden, maar de rechtbank oordeelt dat dit niet tot een ander oordeel leidt omdat verweerder eiser wel degelijk heeft gehoord over de afwijzingsgrond. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en wijst de Staat aan als rechtspersoon voor de griffierechtvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd EG-langdurig ingezetene wordt afgewezen en de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.