ECLI:NL:RBSGR:2009:BI9057

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
22 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
336338 / KG ZA 09-525
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • R.J. Paris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 238 RvArt. 239 RvArt. 240 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling en afname Rolls-Royce na niet-nakoming koopovereenkomst

Eiseres verkocht op 4 april 2009 een Rolls-Royce Phantom aan gedaagde voor €305.000 inclusief BTW. Gedaagde betaalde de koopprijs niet en nam de auto niet af, ondanks ingebrekestelling op 17 april 2009.

In het kort geding vorderde eiseres betaling van de koopprijs, afname van de auto en incassokosten. Gedaagde verweerde zich tegen de incassokosten en stelde de betaling en afname binnen drie weken te zullen nakomen.

Partijen bereikten een akkoord dat gedaagde uiterlijk op 6 juli 2009 zou betalen en de auto afnemen. De voorzieningenrechter legde een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €12.500 bij niet-nakoming, met mogelijkheid tot matiging. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van €5.826,25 en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van €305.000 en afname van de Rolls-Royce binnen drie weken, met een dwangsom bij niet-nakoming.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector civiel recht - voorzieningenrechter
Vonnis in kort geding van 22 juni 2009,
gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 336338 / KG ZA 09-525 van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[X]’s Autobedrijven B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseres,
advocaat mr. Ch.M. de Ruiter Kardol te Amsterdam,
tegen:
[Y],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. J.P. van Rossum te Amsterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid '[X]' en ‘[Y]’.
1. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 15 juni 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
1.1. [Y] heeft op 4 april 2009 van [X] een Rolls-Royce Phantom (hierna: de auto) gekocht voor een koopsom van € 305.000,--, inclusief BTW (hierna: de koopprijs).
1.2. Op 7 april 2009 heeft [X] aan [Y] een factuur voor de koopprijs gestuurd.
1.3. Bij brief van 17 april 2009 heeft [X] [Y] onder meer ingebreke gesteld en gesommeerd de koopprijs te betalen alsmede de auto af te nemen.
1.4. [Y] heeft de koopprijs niet betaald en heeft evenmin de auto afgenomen.
2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer
2.1. [X] vordert – zakelijk weergegeven – [Y] te veroordelen (i) de koopsom aan [X] te betalen, te vermeerderen met incassokosten en wettelijke rente, (ii) op straffe van een dwangsom de auto af te nemen en (iii) in de proceskosten.
2.2. Daartoe voert [X] het volgende aan. [Y] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting voortvloeiende uit de tussen partijen gesloten koopovereenkomst ter zake van de auto. Nu [Y] na de ingebrekestelling van
17 april 2009 zijn verplichtingen niet is nagekomen, is hij tevens in verzuim.
2.3. [Y] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
3. De beoordeling van het geschil
3.1. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen overeenstemming bereikt, in die zin dat [X] ermee akkoord gaat dat [Y] binnen drie weken na de dag der zitting, derhalve uiterlijk op 6 juli 2009, de koopprijs aan [X] zal betalen. [X] heeft gevraagd vonnis te wijzen, waarin onder meer deze overeenstemming is opgenomen. [X] handhaaft de vordering ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten. [Y] vindt het niet nodig dat er vonnis wordt gewezen, omdat hij de onderling gemaakte afspraak zal nakomen. Voorts maakt hij bezwaar tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.
3.2. Gezien de overeenstemming tussen partijen zal de voorzieningenrechter de vordering toewijzen op de hierna te melden wijze.
Nu [X] ermee heeft ingestemd dat [Y] de koopprijs uiterlijk op 6 juli 2009 betaalt, zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 7 juli 2009.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen, nu [X] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van andere verrichtingen dan die waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een vergoeding plegen in te sluiten.
3.3. Ook al heeft [Y] toegezegd de auto uiterlijk op 6 juli 2009 te zullen afnemen, is oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, toch aangewezen. [X] heeft immers onbetwist gesteld dat [Y] een eerdere toezegging tot afname van de auto niet is nagekomen. De op te leggen dwangsom zal beperkt en gemaximeerd worden. Voorts zal er worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.
3.4. [Y] zal, als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.
4. De beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt [Y] om uiterlijk op 6 juli 2009 de koopprijs ten bedrage van
€ 305.000,--, inclusief BTW, aan [X] te betalen en de auto af te nemen;
- bepaalt dat indien [Y] niet aan voornoemde veroordeling tot betaling van de koopprijs voldoet, vanaf 7 juli 2009 wettelijke rente is verschuldigd tot aan de dag der algehele voldoening van de koopprijs;
- bepaalt dat [Y] een dwangsom verbeurt van € 250,--, per dag voor elke dag dat [Y] in gebreke blijft te voldoen aan de voornoemde veroordeling de auto af te nemen, met een maximum van € 12.500,--;
- bepaalt dat bovenstaande dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 3.3 is vermeld;
- veroordeelt [Y] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van [X] begroot op € 5.826,25, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 4.938,-- aan griffierecht en € 72,25 aan dagvaardingskosten;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2009.
az