ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ0203
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelbeschikking tot vaststelling hoofdverblijfplaats minderjarigen bij moeder
In deze zaak heeft de vrouw verzocht om aanvulling van een eerdere eindbeschikking omdat daarin abusievelijk niet was beslist over haar subsidiaire verzoek om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij haar vast te stellen.
De rechtbank constateert dat dit verzoek inderdaad buiten het gezichtsveld is geraakt en dat het dictum van de eindbeschikking het subsidiaire verzoek niet afwijst, maar slechts andere verzoeken die zijn afgewezen. De man heeft zich niet verzet tegen dit subsidiaire verzoek.
Gezien de redenen van proceseconomie en het ontbreken van verzet van de man, besluit de rechtbank de eindbeschikking aan te vullen met de bepaling dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vrouw wordt vastgesteld en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad. De rest van de eindbeschikking blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het subsidiaire verzoek van de vrouw toe en stelt de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij haar vast.