ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ0633
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging ongewenstverklaring wegens schending hoorplicht
Eiser is op 11 juni 2008 ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een gevangenisstraf van twee maanden wegens een strafrechtelijke veroordeling. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond en zag af van het horen van eiser.
De rechtbank oordeelt dat een besluit tot ongewenstverklaring een ingrijpend bestuursbesluit is waarbij niet snel kan worden afgezien van het horen van de belanghebbende. Het bezwaar van eiser bevatte voldoende inhoudelijke gronden en stukken, waaronder stellingen over zijn identiteit en rechtmatig verblijf in Spanje, die aanleiding gaven tot het horen van eiser. Verweerder heeft hiermee de hoorplicht geschonden door het bezwaar zonder horen af te wijzen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen waarbij eiser alsnog wordt gehoord. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden als rechtspersoon aangewezen voor de betaling van kosten en griffierecht.
De overige beroepsgronden worden niet inhoudelijk behandeld omdat de schending van de hoorplicht reeds tot vernietiging leidt.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en verweerder moet een nieuw besluit nemen waarbij eiser wordt gehoord.