ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2015
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Verbod op uitzetting naar Bagdad wegens onvoldoende veiligheidswaarborgen en motivering
Verzoeker, afkomstig uit Noord-Irak, maakte bezwaar tegen zijn geplande uitzetting naar Bagdad, Centraal-Irak. Hij betoogde dat deze uitzetting onrechtmatig is omdat de verblijfsduur in Bagdad niet tot een minimum wordt beperkt en de veiligheid bij doorreis naar Noord-Irak onvoldoende is gewaarborgd. Verweerder stelde dat uitzettingen naar Bagdad gangbaar zijn en dat de autoriteiten in Centraal-Irak medewerking verlenen, maar kon dit niet schriftelijk onderbouwen.
De voorzieningenrechter overwoog dat uitzetting een bestuursdwangmaatregel is die zorgvuldig moet worden uitgevoerd en dat de minst bezwarende route moet worden gekozen. Omdat verweerder zich onvoldoende heeft vergewist van de veiligheid en de mogelijkheid van directe uitzetting naar Noord-Irak, en de motivering van het besluit onvoldoende is, werd de uitzetting naar Bagdad als onrechtmatig aangemerkt.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening toe en verbood verweerder om verzoeker naar Bagdad uit te zetten tot vier weken na bekendmaking van de uitspraak op het beroep. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting naar Bagdad tot vier weken na bekendmaking van de uitspraak op het beroep.