ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2224
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring wegens frustratie identificatie door manipulatie vingertoppen bij Somalische asielzoeker
Eiser, een Somalische asielzoeker, werd op 29 april 2009 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het frustreren van zijn identificatie door manipulatie van zijn vingertoppen. De Staatssecretaris van Justitie baseerde dit op een proces-verbaal waarin werd vastgesteld dat de kwaliteit van de vingerafdrukken onvoldoende was en dat er aanwijzingen waren voor moedwillige mutilatie.
Eiser voerde aan dat de beschadigingen veroorzaakt waren door werkzaamheden en niet opzettelijk waren, en betwistte dat er zicht op uitzetting was. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat de beschadigingen niet opzettelijk waren, bijvoorbeeld door het overleggen van een medische verklaring. Tevens was het aan eiser om nadere gegevens over zijn identiteit te verstrekken.
De rechtbank stelde vast dat de Staatssecretaris terecht mocht uitgaan van het vermoeden van opzettelijke manipulatie en dat de maatregel van bewaring redelijk was, mede gezien de ernst van het vermoeden dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken. Hoewel uitzetting naar Somalië complex is, is er voldoende zicht op uitzetting binnen afzienbare termijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard vanwege het vermoeden van opzettelijke manipulatie van de vingertoppen en het zicht op uitzetting.