ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2233
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.I.H. Kerstens-Fockens
- J.P. Smit
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling wegens ernstige delicten ondanks langdurig verblijf en familiebanden
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verblijft sinds 1984 in Nederland en heeft een lange periode van rechtmatig verblijf gehad. Hij is veroordeeld voor diverse ernstige misdrijven, waaronder gewelds- en drugsdelicten, waarvoor hij in totaal meer dan zeven jaar gevangenisstraf heeft gekregen. Op grond hiervan is hij ongewenst verklaard door de staatssecretaris van Justitie.
Eiser voerde aan dat de ongewenstverklaring een schending vormt van zijn rechten op familie- en privéleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, mede gezien zijn langdurige verblijf en banden met familie en vriendin in Nederland. De rechtbank toetste dit aan de eerste drie Boultif-criteria en voegde sociale, culturele en familiale banden toe.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de staat bij de handhaving van de openbare orde, gezien de ernst van de gepleegde delicten en recidive, zwaarder weegt dan de belangen van eiser. Hoewel zijn langdurige verblijf en familiebanden meewegen, zijn deze onvoldoende om de ongewenstverklaring te weerleggen. Ook is geen sprake van schending van het recht op privéleven.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 7 juli 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.