ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2243
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M. Schutte
- P. Bruijnzeels
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Geen rechtstreeks verblijfsrecht voor Turkse zelfstandige op grond van Associatieovereenkomst
Eiser, een Turkse zelfstandige ondernemer, werd in bewaring gesteld wegens het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats, onvoldoende middelen van bestaan en een strafrechtelijke verdenking. Hij voerde aan dat hij op grond van artikel 9 van Pro de Associatieovereenkomst niet gediscrimineerd mocht worden ten opzichte van EU-onderdanen en dat hij als zelfstandig ondernemer dezelfde vestigingsrechten zou moeten hebben.
De rechtbank onderzocht de toepasselijkheid van de Associatieovereenkomst en het Aanvullend Protocol en concludeerde dat Turkse onderdanen niet dezelfde vestigingsvrijheid genieten als EU-burgers. Lidstaten mogen de eerste toelating van Turkse staatsburgers nationaal regelen, waardoor er geen rechtstreeks verblijfsrecht aan de overeenkomst kan worden ontleend.
Gezien het ontbreken van inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie en onvoldoende bewijs van middelen van bestaan, achtte de rechtbank de bewaring rechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring van de Turkse zelfstandige wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.