ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2404
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering renteschade energiebedrijven wegens onvoldoende bevoorschotting energiepremieregeling
Eneco Energie, bestaande uit Eneco Rotterdam en Eneco Utrecht, vordert de Staat te veroordelen tot betaling van renteschade die zij heeft geleden doordat zij de energiepremies aan huishoudens moest voorfinancieren vanwege onvoldoende en te late bevoorschotting door de Minister van VROM.
De rechtbank stelt vast dat de subsidieverstrekking aan de energiebedrijven plaatsvond op basis van de Tijdelijke regeling energiepremies 2003 en het Uitvoeringsconvenant, waarbij de energiebedrijven als uitvoeringsorganisatie van de Minister fungeerden. Hoewel het Uitvoeringsconvenant voorzag in bevoorschotting tot 90%, bevatte het geen verplichting tot vergoeding van renteschade. De Minister heeft voorafgaand aan het convenant expliciet aangegeven dat rentevergoeding niet mogelijk was.
De rechtbank oordeelt dat de Staat niet toerekenbaar tekort is geschoten en dat geen verdere privaatrechtelijke verplichtingen tot vergoeding van renteschade uit het convenant kunnen worden afgeleid. Ook de subsidiaire grondslagen van redelijkheid en billijkheid en ongerechtvaardigde verrijking slagen niet, omdat partijen het risico van rentederving bewust bij de energiebedrijven hebben gelegd.
Daarom worden de vorderingen afgewezen en wordt Eneco Energie veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Eneco Energie af en veroordeelt haar in de proceskosten.