ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3856
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige logopediste wegens onvoldoende economische toegevoegde waarde
Eiseres, een Amerikaanse logopediste werkzaam in Nederland, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige op basis van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag en het reguliere vreemdelingenrecht. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat zij een vrij beroep uitoefent, wat volgens artikel 8 van Pro het Protocol bij het verdrag niet valt onder de bedrijfsuitoefening die recht geeft op verblijf.
De rechtbank bevestigt dat eiseres haar werkzaamheden als logopediste verricht met eigen deskundigheid en tegen vooraf vastgestelde tarieven, zonder aanzienlijk kapitaal te beleggen, waardoor zij niet onder het verdrag valt. Vervolgens beoordeelde de rechtbank of eiseres aanspraak kon maken op een verblijfsvergunning op grond van het reguliere regime van de Vreemdelingenwet 2000.
De minister van Economische Zaken had een puntensysteem toegepast om te bepalen of met haar arbeid een wezenlijk Nederlands economisch belang werd gediend. Hoewel eiseres voldoende punten behaalde voor persoonlijke ervaring en ondernemingsplan, scoorde zij onvoldoende op de categorie 'toegevoegde waarde voor Nederland', omdat zij geen arbeidsplaatsen creëert en geen investeringen doet.
De rechtbank oordeelt dat het puntensysteem een redelijke en zorgvuldige invulling geeft aan het criterium en dat het negatieve advies terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de weigering van de vergunning op goede gronden is gebaseerd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning wordt geweigerd wegens onvoldoende economische toegevoegde waarde en het uitoefenen van een vrij beroep.