ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3905
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 1999 afgewezen wegens onttrekking en onjuiste aftrekposten
De zaak betreft een beroep van eiser tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) over het jaar 1999. Verweerder had navorderingsaanslagen opgelegd naar aanleiding van een boekenonderzoek bij eiser en diens BV, waarin privé-uitgaven ten onrechte als zakelijke kosten waren geboekt.
De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen tijdig zijn opgelegd binnen de wettelijke navorderingstermijn. Verweerder beschikte over nieuwe feiten die het vermoeden rechtvaardigden dat de oorspronkelijke aanslagen te laag waren vastgesteld. De BV had privé-uitgaven van eiser en diens zoon ten onrechte als bedrijfskosten geboekt, wat een onttrekking en daarmee een uitdeling aan de aandeelhouder opleverde.
De rechtbank stelt vast dat eiser zich bewust was of redelijkerwijs bewust had moeten zijn van deze bevoordeling als aandeelhouder. De navorderingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd. Het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard, maar eiser krijgt een gedeeltelijke proceskostenvergoeding toegekend vanwege de vertraging in de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV en WAZ 1999 wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.